Internet
April 27, 2004
Haarlems Dagblad
www.haarlemsdagblad.nl
'Donald Duck, 70 jaar jong'
En ook de Oostenrijker Gottfried Helnwein werd meer dan eens geraakt door Donalds escapades. Van hen worden tal van kunstwerken in het Cobra Museum getoond. Let op: iedere bezoeker ontvangt een gratis exemplaar van het geluksdubbeltje waarmee Dagobert Duck de basis legde voor zijn fortuin.
Een groot kind van bijna zeventig. Maar best mogelijk dat Donald Duck al ruim een maand zeven kruisjes achter zijn naam heeft staan. Biografen die voor de studie van Duck's nogal ingewikkelde stamboom hebben doorgeleerd, stelden vast dat deze markante eend op 'een' vrijdag de dertiende uit een ei moet zijn gekropen. In de tekenfilm Donalds Happy Birthday van 1949 wordt gesuggereerd dat hij op 13 maart 1934 ter wereld kwam. Klopt van geen kant, dat was op een dinsdag. Vandaar dat meestal 9 juni 1934 wordt aangehouden als Donalds geboortedag, de datum waarop voor het eerst The Wise Little Hen werd vertoond. Het Cobra Museum in Amstelveen wijdt vanaf 24 april de tentoonstelling Donald Duck 70 jaar jong aan de eend, die aanvankelijk naast Mickey Mouse een bijrol had in de tekenfilmfabriek van Walt Disney. Met zijn indringend gekwaak heeft Donald in Anaheim al lang een minstens zo belangrijke stem als Mickey met zijn brave gepiep. Wellicht omdat Donald Duck het prototype is van een loser, heeft hij zo veel harten voor zich weten te winnen. Afgaande op doorgaans welingelichte bronnen in Duckstad is Donald Duck zeer ingenomen met de expositie, die ter gelegenheid van zijn zeventigste van 24 april tot en met 29 augustus wordt gehouden in het Cobra Museum. Maar hem kennende zou hem op 9 juni geen mooier verjaardagscadeau kunnen worden bezorgd dan het bericht dat neef Guus Geluk in een poging een gouden munt van de straat te rapen over een bananenschil is uitgegleden. Donald Duck, wie kent hem niet! Talloze generaties hebben het opgewonden standje leren kennen als een onderdeur in matrozenpak. In principe loopt hij zonder broek rond, maar niemand die daar aanstoot aan neemt. Alleen als Duck gaat zwemmen, trekt hij een zwempak aan. We hebben derhalve van doen met een vreemde vogel die kan praten, maar dan wel met een zo ernstige spraakhandicap dat geen sterveling in Duckstad hem serieus neemt. Clarence Nash (van 7 december 1904) is degene geweest die Donald Duck z'n even herkenbare als vrijwel onverstaanbare stemgeluid heeft gegeven. Na vestiging in Californië poogde Nash, afkomstig uit Wanatonga in de staat Oklahoma, met het nabootsen van dieren aan de kost te komen. Kennissen van Nash vonden zijn imitaties zo verbluffend goed dat hij door hen als het ware naar de Disney Studio in de Hyperion Avenue in het nabij Los Angeles gelegen Anaheim werd gepraat. Een tikje beschroomd klopte Nash aan bij Disney's vaste regisseur Wilfred Jackson, die in eerste instantie niet bijster onder de indruk raakte. Maar Jackson schoot overeind, toen Nash het verhaal Mary had a little lamb begon voor te dragen met een bizar stemmetje dat hij in de mond legde van Mary. Attent zette Jackson de intercom aan, op de hoogte als hij was van de zoektocht van baas Walt Disney naar iemand die een eend kon nadoen. Luttele minuten later zwaaide de tussendeur die het werkvertrek van Jackson scheidde van dat van Disney open; van opwinding viel Walt op die gedenkwaardige dag in 1933 bijna letterlijk met de deur in de kamer van Jackson. ,,Stop, stop'', riep de rood aangelopen Disney. ,,Hij daar is onze sprekende eend.'' Zo geviel het dat Clarence Nash als Donald's voice in dienst trad bij Disney. Nash, weldra in de studio bekend als Ducky, voerde met genoegen de opdracht uit om ook Daisy (Katrien) en de drieling Huey, Dewey en Louie of in goed Nederlands Kwik, Kwek en Kwak geluid te geven. Voor Nash was dat een kwestie van Donald doen, maar dan een paar octaven hoger. Tot zijn dood op 20 februari 1985 is Nash nooit te beroerd geweest om anderen de techniek van Donalds stemgeluid bij te brengen. Hier zijn handleiding: leg de tong tegen het gehemelte, de tong vervolgens een beetje naar links draaien, tegen de tanden drukken en ten slotte de tong laten trillen. Oefening baart ook in dit bijzondere geval kunst, al zal Donald uit een andere mond nooit zo Donald klinken als Clarence Nash dat een halve eeuw deed als Ducky. In Nederland heeft Donald Duck een immense schare vriendjes, sinds het gelijknamige Vrolijk Weekblad op 25 oktober 1952 huis aan huis werd verspreid door de bladenman. Gratis ter kennismaking, de bladzijden om en om in kleur en zwart-wit. Als minister van onderwijs keek Jo Cals, een typische moralist uit het katholieke zuiden, met grote zorg naar de plotse populariteit van de maffe eend. Schriftelijk drong de bewindsman er bij alle schoolhoofden op aan de leerlingen te ontraden kennis te nemen van beeldromans. Dat wekte maar leesluiheid op. Het heeft niet geholpen. Binnen een mum van tijd meldden zich voor 15 cent per week 150.000 abonnees voor het Vrolijk Weekblad. Behalve miljoenen lezertjes en tekenfilmfans inspireerde Donald Duck tal van in aanzien staande kunstenaars. Bijvoorbeeld de in eigen land beroemde Fin Kaj Stenvall. En ook de Oostenrijker Gottfried Helnwein werd meer dan eens geraakt door Donalds escapades. Van hen worden tal van kunstwerken in het Cobra Museum getoond. Let op: iedere bezoeker ontvangt een gratis exemplaar van het geluksdubbeltje waarmee Dagobert Duck de basis legde voor zijn fortuin. Voor zover op zijn eigen website www.donaldducknet.net valt na te gaan is Donald Duck de zoon van Woerd 'Snater' Duck (de zoon van Oma Duck) en van Hortensia Duck (de zus van oom Dagobert). Het doet allemaal wat inteelt-achtig aan. Katrien Duck, Donalds eeuwige grote en zelden beantwoorde liefde, is in wezen zijn evenbeeld met lange wimpers en een strik op heur hoofd. Hoewel Donald in principe het hart op de juiste plaats heeft, heeft Disney's eigen eend genoeg menselijke trekjes om hem driftig, ja zelfs boosaardig, rancuneus en vlegelachtig te kunnen maken. Uit pure armoede ziet hij zich geregeld genoodzaakt de spaarpotten van de neefjes Kwik, Kwek en Kwak om te keren. Want denk maar niet dat die krent van een oom Dagobert hem ook maar een eurocent zal toestoppen, terwijl die toch een pakhuis vol met poen heeft. Een pechvogel van de zuiverste soort, Donald Duck. Typerend genoeg rijdt Duck in Duckstad rond met een rode automobiel van het merk Duckatti, voorzien van het nummerbord 313. Volgens alweer die doorgaans goed ingevoerde kringen in Duckstad staat 313 voor 3x13 oftewel driemaal ongeluk. De auto, in 1938 voor het eerst getekend door de Amerikaan Al Taliaferro als één van de vele Ducktekenaars, is nagebouwd en wel te zien op de expositie in Amstelveen. In de Disney Studio's waart een niet kapot te krijgen mythe rond over Donalds geboortedag. Hij moet zijn opwachting hebben gemaakt op een vrijdag de dertiende, in het holst van een stormachtige nacht. Aangeblazen door de hevige wind schijnt Donald dwars door een raam in de Disney Studio te zijn beland, bedekt onder een laag modder. Zijn opvliegerige, agressieve karakter gaf hij meteen bloot door met veel gesnater een vergadering hinderlijk te onderbreken door de stafleden van Disney uitdagend toe te roepen: 'Do you wanna fight?" Geen Disney-medewerker die voor de betrouwbaarheid van het verhaal wenst in te staan. Temeer omdat fervente Duckologen weten te vertellen dat de naam Donald al voorkwam in het boekje The adventures of Mickey Mouse, in 1931 uitgebracht in de Verenigde Staten. De meeste Donald-fans houden evenwel 9 juni 1934 aan als zijn geboortedatum, omdat hij toen voor het eerst -zij het als bijfiguur- opdook naast Disney's vertrouwde brave hoofdrolspeler Mickey Mouse in The Wise Little Hen. Met hedendaagse ogen bekeken zag Donald Duck er niet uit met die langgerekte bek van hem. Als stripfiguur debuteerde de eend in 1936 met de wekelijkse Silly Symphonies, die werd getekend door Al Taliaferro. Deze gaf Donald diens temperament en bedacht ook de neefjes Kwik, Kwek en Kwak. Maar Carl Barks, op 99-jarige leeftijd overleden in 2001, wordt door Disneyfans toch beschouwd als de tekenaar die Donald Duck echt smoel heeft gegeven. Barks was ook degene die Duckstad stichtte en figuren creëerde als Willy Wortel en Guus Geluk. Tussen 1942 en 1966 tekende Barks rond 6000 pagina's Duck-strips. Met alle waardering en respect is hij door andere Disney-tekenaars veel geïmiteerd, maar nimmer overtroffen. Wereldwijd, all over the world, kunnen miljoenen de Donald Duck-song meezingen. Het deuntje werd gecomponeerd door Oliver Wallace als intro van de vele tekenfilms, waarvan de laatste in 1961 werd uitgebracht. Who's got the sweetest disposition? One guess guess who Who never never starts an argument? Who never shows a bit of temperament? Who never wrong but always right? Who never dream of starting a fight? Who's gets stuck with all the bad luck? No one, but Donald Duck Op z'n oude dag is Donald Duck nog ongemeen populair bij kinderen. En dank zij onder meer tekenaars als Endre Lukacs, Daan Jippes, Ben Verhagen, Mau Heymans en Sander Gulien in Nederland ook als stripfiguur. Heel wat jonkies die in de jaren vijftig de avonturen van Donald Duck en zijn neefjes wekelijks volgden, zullen er uit vrees voor gezichtsverlies niet voor uit willen komen. Maar je hoeft niet eens goed op te letten om te kunnen constateren dat telgen van de geboortegolfgeneratie bij de kapper het eerst grijpen naar 'de' Donald Duck om tersluiks kennis te nemen van de laatste avonturen. Zoals de ouden zongen piepen de jongen, want ook nu ligt het Vrolijk Weekblad met een oplage van rond 335.000 exemplaren nog goed in de bladenmarkt. Donald zal de honderd wel halen. En omdat het proces van ouder worden op hem maar geen vat lijkt te krijgen, zal hij er met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid nog zo uit zien als op de dag dat de eerste lezertjes van het Vrolijk Weekblad in 1952 met Donald kennis maakten. De realiteit is wel dat veel van zijn eerste vriendjes het eeuwfeest van Oom Donald niet zullen meebeleven. Want anders dan Donald Duck zijn zij gewone stervelingen.




back to the top