Internet
June 1, 2001
Katholieke Vereniging Gehandicapten vzw
www.kvg.be/Handiscoop
Bart Parmentier
Patrick: Ik ben onwaarschijnlijk onder de indruk van de foto van Gottfried Helnwein...
Handiscoop: Welke foto’s fascineerden uzelf het meest? . Patrick: Ik ben onwaarschijnlijk onder de indruk van de foto van Gottfried Helnwein: een nostalgisch beeld van een jongen die aan het bidden is tot zijn God, Donald Duck. Alleen de aandachtige kijker ziet dat deze biddende jongen zijn handen niet kan samenvouwen. Zijn handen bestaan namelijk uit prothesen.
Dankjewel De voorbije weken kregen wij regelmatig toffe reacties van Handiscooplezers. Reacties waaruit blijkt hoezeer jullie begaan zijn met de mensen die met hun verhaal in Handiscoop aan bod kwamen. Wij kregen heel wat zinvolle tips voor mensen met een niet-aangeboren hersenletsel, lezers herkenden zich in de getuigenissen en boden zichzelf aan als luisterend oor voor anderen die hetzelfde meemaken. Daarom willen wij dit blad starten met een welgemeend dankjewel. Dankjewel aan de vele Handiscooplezers die de voorbije weken reageerden op artikels in Handiscoop. Jullie zijn het levende bewijs dat degenen die het voortdurend hebben over de ‘ik-maatschappij’ en het gebrek aan solidariteit ongelijk hebben. De redactie ONTBREKENDE BEELDEN: een nieuw kijk op mensnen met een handicap Op televisie, in de krant of in tijdschriften, op reclameborden, ... telkens weer zie je er beelden van ‘mooie’ mensen. De fototentoonstelling ‘Ontbrekende Beelden’, die momenteel in het Museum Dr. Guislain te Gent is te zien, stelt dat in vraag. Wat is mooi? Wat is lelijk? Wat is volmaakt? Wat is goed? Deze tentoonstelling toont mensen met een handicap op een nieuwe manier. Ze slaagt er perfect in om de bezoeker te doen nadenken over handicap. Als toeschouwer kan je niet anders dan je eigen visie en opvattingen in vraag te stellen. Eщnentwintig gerenommeerde fotografen werkten mee aan deze tentoonstelling. Onder hen zijn er modefotografen, kunstenaars, journalistieke fotografen, ... Allen probeerden ze de identiteit en de gevoelens van de mensen met wie ze samenwerkten te begrijpen, te voelen en uit te beelden. De meeste beelden ontstonden in een nauwe samenwerking tussen de fotograaf en het model. Deze tentoonstelling is een aanrader voor al wie eventjes stil wil staan bij het thema handicap, en bij zichzelf. Wij houden even halt bij een aantal werken die er te zien zijn. Natuurlijk is er veel meer te bewonderen, maar daarvoor moet je zelf eens gaan kijken. Op de foto’s van Michael Bause zijn enkel rolstoelgebruikers afgebeeld. Hij fotografeerde hen op plaatsen waar mensen iets te zeggen hebben: in de rechtbank, in een kerk, op televisie, ... allemaal plaatsen waar personen met een handicap weinig kansen krijgen. Met deze ‘Utopia’-reeks wil hij de wereld omdraaien, en zo de kijker doen nadenken. De foto’s van de groep Station 17, een popgroep uit Hamburg die bestaat uit mensen met en zonder handicap, dragen duidelijk de stempel van Anton Corbijn. Anton Corbijn is wellicht de meest bekende fotograaf die aan deze tentoonstelling deelnam. Hij stak de groepsleden in een maatpak en zette hen een zwarte zonnebril op. Zo lijken ze ontsnapt uit een Amerikaanse misdaadfilm. In Corbijns beelden vervaagt het verschil tussen de mensen met en zonder handicap. Eщn van deze foto’s werd ook gebruikt voor de affiche van deze tentoonstelling (en kan je op de voorpagina van deze Handiscoop bekijken). De mensen met een handicap die door Olaf Schlote werden gefotografeerd, geven je de indruk volleerde acteurs te zijn. Er is hier duidelijk sprake van een nauwe samenwerking tussen de fotograaf en de gefotografeerden. Deze zwartwitfoto’s drukken iets teders uit. Bij Evgen Bavcar denk je in eerste instantie aan een misverstand. Wat doen wazige zwart-wit foto’s van zonnebloemen in een tentoonstelling over handicap? Tot onze verbazing gaat het hier om een blinde fotograaf. De man is blind geworden na twee ongevallen. Hij fantaseert beelden die hij nooit kan zien. Hij kiest voor zonnebloemen, want alleen zonnebloemen en blinden kunnen zich direct naar de zon keren. Andere bloemen verbranden onder het zonlicht. Andere mensen hebben nood aan een beschermende zonnebril. Wat verder bots je op een warme fotoreportage die heel wat levensvreugde uitstraalt. Het blijkt om vakantiefoto’s te gaan. Andrщ Rival zette een stap opzij voor deze tentoonstelling. "Als fotograaf kan ik een kind met een handicap nooit zo dicht benaderen als zijn ouders," zo zegt hij. Daarom stuurde hij ouders van een kind met het syndroom van Down op vakantie, en gaf hij hen zijn fototoestel om reacties en ervaringen van hun kind vast te leggen. Op de foto’s en videobeelden van Uwe D│ttmann en Kai Zastrow zijn mensen met het syndroom van Down aan het dansen. Zij schamen zich niet: met enige trots leven zij zich uit op de muziek. Het spontane van dit werk oogt grappig en plezierig. Naar aanleiding van deze tentoonstelling hadden wij een gesprek met Patrick Allegaert, wetenschappelijk medewerker van het Museum Dr. Guislain. Daarnaast is hij docent cultuurfilosofie aan het departement Ipsoc van de West-Vlaamse hogeschool Katho. Hij is tevens voorzitter van de Vlaamse theatercommissie. Een bezige bij dus. Handiscoop: Vanwaar is de idee gekomen om deze Duitse tentoonstelling naar Belgiы te halen? Patrick: Wij zoeken als museum contact met verwante musea in het buitenland. Tijdens de tentoonstelling ‘Gestoorde Vorsten’ (een eerdere tentoonstelling van het Museum Dr. Guislain, nvdr.) kwamen wij in contact met mensen van het Deutsches Hygiene-Museum uit Dresden. Kort daarop brachten wij hen een bezoek, en daar in Dresden kregen we bij toeval deze fototentoonstelling te zien. We hadden direct iets van: "dit moeten we in Vlaanderen tonen", en zo is de bal aan het rollen geraakt. Handiscoop: Wat wil deze tentoonstelling bereiken? Welk doel heeft ze? Patrick: Het is allemaal begonnen met foto’s die Nick Knight in 1998 heeft gemaakt. Zowel bij modefotografen als bij mensen met een handicap werden deze foto’s als heel vernieuwend bestempeld. Die foto’s (die ook op de tentoonstelling te zien zijn, nvdr.) hebben een onwaarschijnlijke aantrekking. Dit zette Aktion Mensch, een Duitse belangenorganisatie van mensen met een handicap, en het Deutsches Hygiene-Museum er toe aan om samen aan twee tentoonstellingen te werken: ‘Ontbrekende Beelden’ en ‘De Imperfecte Mens’. Die laatste, die is opgebouwd rond dezelfde thematiek als ‘Ontbrekende Beelden’, is momenteel in Dresden te zien en is zeer zeker een aanrader. De motivatie van het Hygiene-Museum heeft onder andere te maken met de geschiedenis ervan. In 1933 gebruikte Hitler namelijk dit instituut als een belangrijk instrument in zijn euthanasie- en rassenpolitiek. Met deze tentoonstelling wil dit museum zijn schuld ten aanzien van mensen met een handicap aflossen. Aktion Mensch van zijn kant wil hiermee op een vrij radikale manier voor de belangen van mensen met een handicap opkomen. Ook op de tentoonstelling ‘De Imperfecte Mens’ is dit duidelijk te zien. Op een gegeven moment loop je daar door een tunnel met glas en zie je een trap waarbij volgende uitleg staat: "in vroegere culturen waren veel gebouwen enkel van trappen voorzien". Er zijn op deze tentoonstelling ook een aantal moppen te lezen, maar dan wel in braille. Fotografie en kunst in het algemeen zijn voor hen een middel om de rechten van deze groep te bepleiten. Handiscoop: Kan fotografie de wereld veranderen of concreter: kan je met een tentoonstelling de publieke opinie over handicap wijzigen? Patrick: Neen. Maar ik vind het bijvoorbeeld belangrijk dat bezoekers met een handicap deze tentoonstelling met een bijzonder goed gevoel verlaten. Sommigen reageren daar zelfs vrij emotioneel op, met reacties als: "dit soort dingen hebben wij echt nodig". Ook de culturele wereld, mensen uit het theater, van musea, ...komen naar deze tentoonstelling kijken. Iemand als Josse Depauw bijvoorbeeld komt naar hier omdat hij vindt dat dit hem inspireert bij zijn werk. Daarnaast speelt de aandacht die we krijgen van kranten, tijdschriften, radio, ...ook een rol in de algemene beeldvorming. Fotografie zal daarom niet direct de wereld veranderen, maar het kan wel een stap zijn in de goede richting. Het is onze opdracht een bijdrage te leveren aan het debat ‘wat is normaal, wat is abnormaal’. Dat is onze ambitie. In de samenleving heerst er een enorme druk om te streven naar het volmaakte lichaam. Dit dwangmatige streven naar perfectie maakt heel wat slachtoffers. Deze evolutie moet in vraag worden gesteld. Daarom is het belangrijk dat topfotografen, mensen met toch enige invloed, willen meewerken aan dit initiatief. Het succes van dergelijke tentoonstellingen wijst erop dat er een publiek is dat meer wil dan het gepolijste, meer dan alleen maar perfecte lichamen. Handiscoop: Voor veel van deze fotografen was het een eerste keer dat ze samenwerkten met mensen met een handicap. Desondanks ontdek je achter veel van deze foto’s een duidelijke visie op handicap. Patrick: Ik denk dat het deels te maken heeft met de keuze van de fotografen. De initiatiefnemers zullen wel gezocht hebben naar fotografen die hiervoor open staan. Toch had een aantal onder hen het niet zo makkelijk met deze opdracht. Ik was vooral verbaasd dat ook mensen uit de modewereld aan deze tentoonstelling meewerkten. Ik zat met het clich╔ dat modefotografen oppervlakkig te werk gaan. Blijkbaar vond een aantal modefotografen het echter een bijzondere opdracht om dit te doen. Handiscoop: Hebben de verschillende werken, van 21 fotografen met elk hun eigen visie, iets gemeenschappelijks? Wat is volgens u de rode draad doorheen deze tentoonstelling? Patrick: Voor mij zijn er 2 grote lijnen. Enerzijds is er de zoektocht van deze fotografen om handicap op een andere, op een nieuwe manier in beeld te brengen. Anderzijds is er de betrokkenheid van de verschillende fotografen. Ze zijn niet koel of afstandelijk te werk gegaan. Handiscoop: Is er evolutie in de manier waarop mensen met een handicap worden afgebeeld in de geschiedenis van de fotografie? Patrick: Vroeger, en ik denk daarbij onder andere aan de foto’s uit de geschiedenis van de psychiatrie, maakte men vooral groepsfoto’s. In de laatste jaren wordt de aandacht meer gericht op het individu. Mensen met een handicap worden niet meer allemaal over dezelfde kam geschoren, men gaat op zoek naar de mens die men fotografeert. Wie is hij? Ook ‘Ontbrekende Beelden’ focust op het persoonlijke aspect. Ik vind dat een aangename evolutie. De meeste foto’s van deze tentoonstelling gaan niet in op het spectaculaire, maar tonen individuen in alle waardigheid. Een mooi voorbeeld daarvan zijn de foto’s van Bruckert. Handiscoop: Mensen met een handicap worden soms op een meelijwekkende manier afgebeeld. Deze tentoonstelling reageert daarop. Maar helt de weegschaal nu niet te veel aan de andere kant over? Worden mensen met een handicap nu niet te veel uitgebeeld als eeuwig lachend, als mensen zonder zorgen? Patrick: Het mooie aan ‘Ontbrekende Beelden’ is dat de verschillende fotografen allen op een andere manier mensen met een handicap in beeld brengen. Darchinger bijvoorbeeld heeft voor zijn reportage contact gezocht met een instelling. Daar maakte hij een reeks waarmee hij het clich╔beeld van de gelukkige persoon met een handicap wil doorbreken. Hij wilde tonen hoe deze mensen echt zijn, dat ze bijvoorbeeld ook wel eens piekeren, of verdrietig kunnen zijn. Het verschil in aanpak van de diverse fotografen manifesteert zich ook op andere terreinen. Sommige fotografen tonen dat er geen onderscheid meer bestaat tussen de wereld van mensen met of zonder handicap. Corbijn bijvoorbeeld wil in zijn foto’s dat verschil wegvegen, op zijn foto’s zie je soms moeilijk wie wel en wie geen handicap heeft. Michael Bause neemt dan weer een heel ander standpunt in. Hij wil het verschil net beklemtonen. Het rijke aan de tentoonstelling is dat er geen eenduidigheid achter zit. Elke fotograaf heeft zelf uitgezocht hoe hij met de opdracht kan omgaan, hoe hij handicap in beeld kan brengen. Voor de bezoeker is deze confrontatie met verschillende beelden verrijkend. Handiscoop: Franklin Delano Roosevelt, ooit president van Amerika, wilde niet dat hij gefotografeerd werd in zijn rolstoel. Volgens hem was dat niet te verenigen met de machtspositie van een president. Hij was bang dat zijn rolstoel een symbool zou zijn van zwakheid. Spelen in deze tijd dergelijke zienswijzen nog een rol in het afbeelden van mensen met een handicap? Patrick: De rolstoel van Roosevelt staat momenteel in de tentoonstelling in Dresden. Ze hebben hem laten overkomen uit Washington omdat deze rolstoel een heel sterke symbolische waarde heeft. Ergens in Washington staat een beeld van Roosevelt die in zijn rolstoel zit, maar die rolstoel is weggemoffeld onder dekens. Amerikaanse belangenverenigingen hebben geeist dat dit beeld opnieuw wordt gemaakt, maar dat de rolstoel deze keer duidelijk te zien zou zijn. Deze symbolische strijd, over hoe Roosevelt wordt afgebeeld, lijkt mij ontzettend belangrijk. Ondertussen zijn we meer dan een halve eeuw later en heb ik de indruk dat de situatie toch enigszins is veranderd. De vorige voorzitter van de christen-democratische partij in Duitsland is een rolstoelgebruiker. Het Parlement in Berlijn is daaraan aangepast en men toont dat in dit gebouw ook zeer duidelijk. Men wil dat daar niet meer wegstoppen, ook niet bij machtige personen. Handiscoop: Welke foto’s fascineerden uzelf het meest? Patrick: Ik ben onwaarschijnlijk onder de indruk van de foto van Gottfried Helnwein: een nostalgisch beeld van een jongen die aan het bidden is tot zijn God, Donald Duck. Alleen de aandachtige kijker ziet dat deze biddende jongen zijn handen niet kan samenvouwen. Zijn handen bestaan namelijk uit prothesen. Wij hadden ook een babbel met Koen Broos. Koen Broos is professioneel fotograaf en werkt vaak in opdracht van Handiscoop. Hij heeft dus heel wat ervaring in het fotograferen van mensen met een handicap. Daarnaast werkt hij ook voor culturele instellingen en voor bedrijven. Hij fotografeert altijd mensen, geen producten of sferen. Handiscoop: Maakt het voor jou verschil of je mensen met of zonder handicap fotografeert? Sta je met een ander gevoel achter je camera als je mensen met een handicap fotografeert? Koen: De interactie met deze mensen is meestal anders. Ze gaan sneller vragen waarom je fotografeert, ze willen meestal een gesprek. Op zich is die betrokkenheid zeer aangenaam. Als fotograaf moet je daar wel aandacht aan besteden. Je moet je ervoor openstellen. Dat maakt het verschil met gewone reportages. Handiscoop: Krijg je soms reacties van mensen met een handicap die net door hun handicap niet willen gefotografeerd worden? Koen: Dat gebeurt soms, maar meestal hebben ze het wel graag. Iedereen wil er natuurlijk met zijn beste kant op staan, maar dat is ook logisch. Het is een algemene regel dat je respect moet hebben voor de mensen die je fotografeert. Handiscoop: Denk je dat je met je foto’s ervoor kan zorgen dat mensen anders gaan denken over handicap? Koen: Het klinkt mooi dat je vooroordelen zou kunnen wegnemen met foto’s, maar wellicht is dat ideaal te groot. Ik ben al heel tevreden als een paar van mijn foto’s daartoe kunnen bijdragen. Handiscoop: Krijg je als fotograaf, wanneer je mensen met een handicap fotografeert, nooit af te rekenen met een schaamtegevoel? Het gevoel dat mensen overvalt wanneer ze stiekem een persoon met een handicap bekijken en plots worden betrapt. Koen: Ik heb dat gevoel zelden. Je mag nooit een voyeur zijn. Als ik bijvoorbeeld in een instelling voor mensen met een handicap kom, dan vind ik het belangrijk om mij eerst te integreren. Pas dan kan je fotograferen. Zoals ik al zei, je moet respect hebben voor de mensen die je fotografeert. Ook bij mensen met een handicap moet je eerlijk zijn. Als je dat niet doet, dan zullen ze ‘t wel voelen. Ze zijn daarin even slim als wij. Bart PARMENTIER
De tentoonstelling ‘Ontbrekende Beelden’ loopt nog tot 1 juli 2001. Ze is te zien in het Museum Dr. Guislain, Guislainstraat 43 te Gent. De tentoonstelling is van dinsdag tot vrijdag open van 10u tot 17u, en tijdens het weekend van 13u tot 17u. Op maandag is ze gesloten. Een toegangskaart kost 200 fr., groepen betalen 100 fr.




back to the top